In mijn vorige blog heb ik een belofte gedaan en, afspraak is afspraak, daar kom ik nu graag op terug. Ik heb authenticiteit tot een zowel populair als lastig thema gebombardeerd…
Popie Jopie
Populair lijkt me duidelijk: menig manager, trainer en/of coach gebruikt de term veelvuldig en zowel in 2011 als in 2012 is authenticiteit bekroond tot één van de toptrends in de marketingwereld (Marketingtrendonderzoek Berenschot). Authenticiteit is dus hotter dan hot!
Opruier
Maar zoals het populairste jongetje van de klas vaak ook tot één van de lastigste jongetjes van de klas behoort, gaat dit ook zeker op voor het jongetje Authenticiteit. Onlangs heeft Maarten Doorman, die zichzelf presenteert als filosoof, dichter en essayist, een boek uitgebracht met zijn visie op authenticiteit: ‘Rousseau en ik’. Met zijn boek druist hij in tegen het romantische ideaalbeeld van echtheid dat collega-filosoof Rousseau in zijn tijd geschetst heeft en dat heden ten dage nog veelvuldig nagestreefd wordt. De heer Doorman beschouwt authenticiteit als een onmogelijk verschijnsel: ‘eerlijkheid leidt tot hypocrisie, heimwee naar de natuur tot aanstellerij’, aldus Doorman.
‘Natuurlijk’ verschillen de meningen hierover. Het ‘Nederlands instituut voor zijnsontwikkeling’ (NLbe) stelt zich ten doel de zijnsontwikkeling in de samenleving te bevorderen. Op hun site wordt, in reactie op Doorman, gewezen op het verschil tussen ‘authenticiteit van het ego’ en ‘authenticiteit van het Zijn’. Volgens NLbe refereert de heer Doorman aan het ego. En laat dat nou net gevoelig zijn voor invloeden van buitenaf in verband met ons streven naar volmaaktheid. Het ego is daardoor in staat tot een geforceerd soort authenticiteit (doen alsof). Het Zijn daarentegen is onbevangen. Het vrije Zijn is volgens deze organisatie te realiseren door gevoelens en emoties te accepteren en toe te laten.
‘Authenticity is the extent to which one’s thoughts, feelings, and behaviours reflect one’s true- or core-self.’ (Kernis and Goldman)
Niveaus van authenticiteit
Ook mijn stage- en afstudeerorganisatie, psychologisch adviesbureau humanage, heeft zich gewaagd aan het thema authenticiteit. Met behulp van wetenschappelijk onderzoek heeft zij getracht inzicht te krijgen in het concept en in de relatie met de arbeidspraktijk. Net als NLbe en Kernis en Goldman onderscheidt humanage verschillende niveaus van authenticiteit. Zij definieert een authentiek persoon als zijnde congruent op fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel vlak: hoe je fysiek staat klopt met hoe je je voelt, wat je denkt en wie je in essentie bent. Praktisch nut van het uitgevoerde onderzoek heeft zich al uitgewezen: humanage heeft een direct verband gevonden tussen authenticiteit en werkbevlogenheid, en dus een toename in arbeidsproductiviteit.
‘Door je te ontwikkelen op het vlak van authenticiteit kom je dichter bij je persoonlijke kracht. Dit resulteert ook in meer zelfvertrouwen, een sterker gevoel om vanuit onafhankelijkheid keuzes te maken en een betere samenwerking met anderen.’ (Schiphorst en Willemstein)
Poppenkast
Ik heb begrip voor Doormans redenatie en irritatie over de populariteit van authenticiteit, resulterend in een soort gespeelde echtheid (want hé, een volmaakt persoon is natuurlijk authentiek). Maar wat is echt en wat niet? Wie bepaalt dat? Als ik gespeeld echt wil zijn dan ben ik daar toch ook authentiek in? Voor mij raakt dit een andere discussie: hoe ‘vrij’ zijn we nou eigenlijk? Zijn we volledig zelfdenkende en zelfsturende mechanismen of zijn we ‘slechts’ marionetten van onze driften? Ik denk beiden, mede door de verschillende niveaus die we kennen. Mij gebeurt het bijvoorbeeld dat ik fysiek honger voel, maar emotioneel geen zin heb om te eten omdat ik met werk bezig ben waar ik mentaal veel voldoening uit haal. Evenzo bestaan er verschillende culturen en religies waar mensen voor een bepaalde periode bijvoorbeeld helemaal niet eten of aan fysieke behoeftes tegemoet komen omdat ze op spiritueel niveau andere keuzes maken. Ik ken echter ook mensen die zich volledig kunnen overleveren aan hun fysieke driften en daarbij elk soort emotioneel bewustzijn van zichzelf en/of van anderen overschrijden. Mijn conclusie is dat Doorman nogal kort door de bocht is met zijn ideeën over authenticiteit en dat hij hier, hoe ironisch, nogal oppervlakkig in blijft.
Eigentijds
Feit is dat authenticiteit in termen van ‘jezelf kunnen zijn’ erg past bij deze tijd. Mensen zijn steeds mondiger en durven en kunnen steeds meer voor zichzelf op te komen. Ik vind dit een plezierige ontwikkeling want, zoals ik in reactie op mijn laatste blog al heb aangegeven, jezelf kunnen zijn draagt bij aan geluk (geluksfactor ‘autonomie’), mits je het op een sociaal verantwoorde manier doet (geluksfactor ‘verbondenheid’). En als je dan ook nog werk kan doen waar je goed in bent (geluksfactor ‘competentie’), ben je absoluut in staat te excelleren!
Onderzoek
Zoals vermeld, is mijn blogfrequentie wat gedaald in verband met de verwerking van de eerste resultaten van het onderzoek. In ieder geval kan ik met trots vermelden dat ik een respons van 80% (141 deelnemers) heb behaald en dat de eerste analyses wijzen op een betrouwbare meting (vrij van meetfouten). Tevens is de vragenlijst valide gebleken: hij meet wat hij moet meten en (ha!) ik zou hem dus tot echt, of authentiek kunnen bestempelen…








Abonneer op updates