Een paar maanden geleden sprak ik op het BYOD event. BYOD staat voor Bring Your Own Device. Ik sprak daar (als niet techneut) voor een groep IT managers en implementatie adviseurs over de veranderende situatie op technisch gebied door de nieuwe manieren van werken. Grote groepen jongeren willen hun eigen telefoon, laptop, iPad en zo kunnen kiezen of meenemen naar werk. We zitten inmiddels in een situatie waarin onze gadgets thuis beter zijn dan op het werk en vooral: gebruiksvriendelijker.
Nu blijkt uit onderzoek van Citrix dat het merendeel van de werkgevers in Nederland het inmiddels toestaat dat je je eigen apparaten gebruikt op het werk. Op zich verbaasd me dat niets, bij heel veel MKB’ers is het namelijk niet meer dan normaal dat je een eigen laptop hebt en als je er één van de zaak wilt dat dat een kwestie van onderhandelen is. Bij telefoons is daar vaak niet eens over te onderhandelen, die heb je gewoon zelf één en je declareert maar.
Uit dit onderzoek blijkt dat maar liefst 82% van de werknemers een eigen smartphone gebruiken op de werkvloer. Ook privé laptops (73%), tablets (62%) en PC’s (52%) van werknemers worden ingezet voor werkdoeleinden.
Bij deze cijfers stel ik me wel even een vraag. Immers, er staat: van de werknemers, maar ik denk dat men bedoeld: van de bedrijven. De grootste bedrijven hebben vaak namelijk juist policies die het verbieden. Ik denk dat de auteur hier een ‘journalistieke vrijheid’ heeft genomen die hij niet had moeten nemen.
Ook blijkt slechts 6% van de bedrijven medewerkers te verdienen thuis te werken. Dat lijkt me wat laag, hoewel, de meeste mensen werken wel thuis. Dat noemen we dan vaak overwerk…
Voor mij is BYOD een belangrijke ontwikkeling. De productiviteit neemt er sterk door toe, omdat je de telefoon en de laptop gebruikt waarmee je het prettigste werkt. IT afdelingen vinden het natuurlijk verschrikkelijk, want ze moeten plots servicegericht worden naar hun eigen bedrijf toe en kunnen niets meer afdwingen.
De eerste stap is natuurlijk dat alle machines softwarematig met elkaar kunnen communiceren. Er moet dus gezorgd worden dat alles draait op zowel Apple als Windows en eigenlijk ook Linux.
Daarnaast is er in deze hele trend nog een belangrijke ontwikkeling die bijna alle organisaties over het hoofd zien. Bijna iedereen is het er namelijk wel over eens dat de tools die we nu gebruiken niet de tools zullen zijn die we over 5 jaar gebruiken. Zowel qua communicatietools veranderd er veel. Twitter bestond 5 jaar geleden nog niet en of het over 5 jaar nog bestaat kan niemand met zekerheid zeggen. Ook als het gaat om interne sociale netwerken en kennismanagement systemen gaan de ontwikkelingen zo snel dat we zeker weten dat de tools van nu over een paar jaar achterhaald zijn. Toch is bijna niemand bezig met open standaarden en dataportability. Een groot probleem, want daarmee wordt er dus opnieuw een ‘vendor lock in’ gecreëerd waardoor je straks niet de beste software kan aanschaffen, omdat de overstapkosten vele malen hoger zijn dan wanneer je bij je huidige leverancier blijft. Een echt open standaard zou een eis moeten zijn bij elk nieuwe pakket. Ook maakt dat het ‘beschikbaar maken op elk device’ een stuk eenvoudiger.





Abonneer op updates
Pingback: Tweets die vermelden BOYD: het mag | HNWB -- Topsy.com
Pingback: Het werkplekbudget | HNWB