Decentralisatie: ook in educatie werkt het het beste

Zoals bekend ben ik een groot fan van decentralisatie. Het heeft ons veel gebracht, maar het grote probleem van decentraal werken is macht. De top heeft in zo’n geval weinig macht en elke keer weer blijkt dat dat toch de primaire drijfveer is van mensen om aan de top te komen. Of het nu in het bedrijfsleven is of in de politiek, want de historie laat geen twijfel bestaan over het succes van decentrale organisaties.

Afgelopen week stond er ook een stuk in The Economist over decentrale scholen. Een lovend stuk, waarin meteen het grote probleem ook getackeld wordt dat veel leeft als het over decentraal werken gaat: het verschil in kwaliteit.

Onderwijs

Zelf geloof ik al jaren dat we het onderwijs moeten teruggeven aan de onderwijzers. Niemand weet als het goed is beter hoe je leerlingen les moet geven dan de docenten. Helaas is het onderwijs meer en meer gecentraliseerd, zowel door het ministerie als vervolgens door de opleidingen zelf. De gevolgen hebben we ervan gezien, Inholland geeft diploma’s weg omdat Den Haag een systeem bedenkt dat niet werkt en de opleidingen gedreven worden door managers zonder een passie voor educatie.

The Economist gaat in op wat ze in Engeland en Amerika ‘charter schools’ noemen. Dit zijn scholen die wel publiek gefund worden, zoals in Nederland bijna alle scholen, maar geheel onafhankelijk gerund. Het succes is evident. Ze groeien als kool, ouders zijn er gek op, er zijn inmiddels wachtlijsten, maar het belangrijkste: gemiddeld genomen zijn de leerlingen er veel beter af. De kwaliteit van het onderwijs, gemeten naar de kwaliteit van de scholieren die er les hebben gehad, is significant hoger dan bij gewone scholen.

Sluiten indien slecht

Er zit wel een duidelijke mits hier aan, een mits die we in Nederland nog al eens vergeten of ‘niet sociaal’ vinden. Slechte scholen dienenen heel snel gesloten te worden. Er moet een helder meetsysteem zijn (zoiets als de CITO toets bijvoorbeeld) en wanneer daar ver onder een norm wordt gescoord moet de school gewoon snel gesloten worden.

Hetzelfde zou moeten gelden voor middelbare scholen en mogelijk zelfs het hoger onderwijs. Een heldere test, gedegen afgenomen, liefst op verschillende momenten gedurende de lesjaren, zou de kwaliteit van de scholen moeten bepalen. Op basis van die kwaliteit moet je scholen die er niet aan voldoen snel kunnen sluiten, heel eenvoudig.

Binnen die grenzen moet je vooral de scholen alle vrijheid geven over het lesprogramma, de manier van lesgeven, etc.

We kennen in Nederland al heel veel schoolvarianten, maar dat zijn allemaal weer stromingen op zich. Ook is de kwaliteit erg variërend, maar worden daar nauwelijks consequenties aan verbonden en is die ook niet openbaar. Dat moet veranderen, vervolgens zouden we ook een decentraal systeem op het middelbaar onderwijs kunnen toepassen.

Geef onderwijs terug aan de docenten, decentraliseer het hele systeem, maar met hele heldere kwaliteitseisen en harde consequenties (sluiting) indien deze niet gehaald worden. Geen soft gedoe met zoveel jaren herstelplannen en ondertussen de scholieren laten lijden onder slechte scholing. Gewoon duidelijk eisen, drie jaar niet halen, sluiten die hap.


Over Bas van de Haterd

Bas van de Haterd is professioneel bemoeial. Hij helpt organisaties klaar te stomen voor de veranderende wereld van werk, met robots, 3D printers en zelfrijdende auto's. Hij heeft hierover o.a. de boeken (R)evolutie van Werk en '10 Banen die verdwijnen & 10 Banen die verschijnen' geschreven. Hij is te bereiken op bas@vandehaterd.nl
2.015 views | Reageer (0 reacties) Dit bericht is geplaatst in Onderwijs, Overheid, Visie. Bookmark de permalink.