Het Nieuwe Weten

Dat veel organisaties Het Nieuwe Werken omarmen betekent nog niet dat hun medewerkers informatie goed gebruiken. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen: “Oh, maar als ik dàt had geweten, dan…” Maar kennelijk wisten we het niet, en heeft niemand het ons verteld. Soms zijn we niet eens op de hoogte van wat we moeten weten.  Je weet immers niet wat je niet weet of je weet niet dat je het niet weet.

Het Nieuwe Werken invoeren kan alleen maar succesvol zijn als een organisatie aandacht besteedt aan een andere manier van met informatie omgaan. Uit grote hoeveelheden informatie moet een informatiewerker de waarheid proberen te destilleren. Informatie heeft immers pas nut als het effectief wordt gebruikt. Ik noem het graag Het Nieuwe Weten.

We moeten medewerkers daarom nog meer leren over hoe ze beter kunnen weten. Hoe kun je weten wat je moet weten? Waar vind je juist die informatie om beter te weten? Kun je je veroorloven om te zeggen dat je iets niet weet? Weet je welke informatie je echt niet wilt weten en welke wel?

Data-, informatie- of kenniswerker?

Allereerst moet je weten wat voor type informatiewerker je bent. Een datawerker is vooral bezig met het gebruiken, bewerken en verspreiden van informatie. Hij creëert nauwelijks nieuwe informatie. Een informatiewerker is vooral bezig om informatie te creëren, intensief te bewerken en te verspreiden. Hij maakt echter nauwelijks nieuwe informatie op een creatieve manier. Dat doet een kenniswerker wel. Die ontwerpt zelfs nieuwe producten en diensten of creëert nieuwe informatie en kennis voor zijn organisatie.

Weet wat je niet wilt weten

Gepaste onwetendheid is een goede eigenschap. Je weet immers niet wat je niet weet en je weet niet dat je het niet weet. Het is de kracht van een goede informatiewerker dat hij alle informatie verzamelt en juist evalueert. Maar vooral omdat hij weet welke informatie hij echt niet wil weten.

Weet wat je wel wilt weten

Ga continu na waar je meer dan gemiddeld over geïnformeerd wilt blijven. Kies welke informatie je nuttig vindt om te leren en welke informatie je kunt overslaan. Pas al je informatiebronnen daarop aan. En als iets je niet meer interesseert, gooi je alle informatie weg. Of je snoeit eerst flink en bergt de rest goed op. De belangrijkste informatie voor jou geeft antwoord op de vraag welke informatie de grootste invloed of effect heeft op wat jij nu doet.

Je kunt niet alles weten

Dat je niet alles kunt weten, heeft allereerst praktische redenen. Je hebt gewoon niet genoeg tijd om alles te lezen en verwerken. Bovendien mis je het vermogen om alles goed op te slaan in de juiste categorieën. Ook is er het probleem van het terugvinden van informatie die je ooit hebt onthouden. Het internet heeft geen delete-knop. Iemands brein wel. Dat vergeet veel zaken, al of niet terecht.

Mensen hebben tegenwoordig een bepaalde minimum hoeveelheid informatie nodig om aangenaam te kunnen leven. Dat verschilt per individu, ook in de tijd gezien. Misschien moeten we beter leren dat we niet zoveel informatie blijven produceren. We moeten meer rekening houden met de behoefte aan informatie. Minder vervuiling van de wereld met al die overbodige informatie.

Dit is een gastblog van Guus Pijpers, Managing Director van Acuerdis. Hij helpt mensen hoe ze informatie effectief moeten inzetten en gebruiken. Guus is auteur van meer dan 7 boeken en tientallen artikelen over het informatiegedrag van mensen. Zijn interesses zijn informatiegedrag van (top)managers, slimmer werken en leven met informatie en de zachte kant van informatie.

Zijn nieuwste Engelstalige boek, Information Overload: A System for Better Managing Everyday Data, is in augustus 2010 wereldwijd verschenen bij John Wiley & Sons, New York. Zijn nieuwste Nederlandstalige boek Het informatieparadijs verschijnt begin juni 2011 bij Uitgeverij Haystack.


2.674 views | Reageer (1 reacties) Dit bericht is geplaatst in Leren, Normaal werken, Slimmer werken en getagd, , . Bookmark de permalink.