HNW niet populair onder studenten en starters?

Het Nieuwe Werken is niet populair onder studenten en starters, tenminste, dat kopte nu.nl op basis van een rapport van De Nieuwe Lichting.

En inderdaad staat dit letterlijk in het rapport, op pagina 60-61. Echter, als je de cijfers zelf bekijkt vraag je je af hoe men tot die conclusie is gekomen. Men ziet de ideale verhouding tussen thuis- en kantoorwerk bijvoorbeeld 25% – 75%. Volgens mij is dat toch een ultiem teken dat men daar, misschien wel beter dan de opstellers van het rapport, begrijpt wat HNW is.

Opvallende resultaten

Ik geef toe, er zitten een aantal opvallende resultaten in. De stelling: werken na vijven en in het weekend is normaal wordt door 44% niet als vanzelfsprekend omschreven. Op zich niets mis mee, het hoeft namelijk niet, maar in de praktijk merk ik dat ze het wel heel normaal vinden. Of zouden dat toevallig de mensen zijn met wie ik werk?

De stelling: ‘als het werk maar af is, wat maakt het dan uit’ wordt slechts door 15% onderschreven. Hoewel ik de stelling erg slecht geformuleerd vind, verbaasd me dit toch wel. Het uitgangspunt van HNW, verantwoordelijk zijn voor je eigen werk, is dus niet populair. Of zou het met de negatieve connotatie van de stelling te maken hebben?

Zo zijn er meerdere stellingen in het rapport die nogal negatief gesteld zijn. Denk aan ‘direct contact met collega’s gaat boven flexibele werktijden en thuiswerken’. Daar is 45% het mee eens en 18% het mee oneens. Logisch als je hem zo stelt, volgens mij is het echter geen óf óf. Beide moeten kunnen bij een goede organisatie.

Ook geeft de helft aan vaste werktijden tussen maandag en vrijdag te willen. Ook niet verrassend, of eigenlijk vind ik dit percentage nog laag. Lang niet iedereen kan en wil omgaan met ultieme flexibiliteit en zoals alle starters moet je beginnen met leren en in kaders leren.

Positieve ontwikkeling

Een positieve ontwikkeling is het antwoord op de stelling: ‘in de toekomst werken professionals vaker op projectbasis dan in vaste dienst’. 46% zegt hierop volmondig ja, slechts 15% zegt hierop nee. Ik betwijfel of men de implicaties hiervan volledig doorziet, maar het feit dat dit besef tot deze generatie is doorgedrongen doet mij een deugd. Want juist ook deze ontwikkeling is de basis van het nieuwe normale werken.

Conclusie

Volgens mij geeft deze generatie veel meer aan klaar te zijn voor het nieuwe werken, of het normale werken zoals wij dat hier noemen, dan de koppen doen vermoeden. Echter niet zozeer het tijd- en plaatsonafhankelijk werken, hoewel ze daar ook al van aangeven dat dat deels moet kunnen. Precies zoals het hoort, niet altijd, niet overal, maar wanneer het handig en praktisch is.

Wel geven ze aan dat de organisatiemodellen op de schop gaan en dat ze verwachten dat er veel flexibeler omgegaan zal worden met personeel, in de positieve zin van het woord. Dat is veel meer de basis van flexibel werken en daar is men veel verder mee dan ik verwacht had.


Stem of voeg toe aan:Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op Digg Deel met je LinkedIn-contacten Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Over Bas van de Haterd

Bas van de Haterd is professioneel bemoeial. Hij helpt organisaties met het begrijpen van social media en de gedragsveranderingen die dit met zich meebrengt op het gebied van de arbeidsmarkt. Hoe blijven organisaties interessant als werkgever? Hoe moeten organisaties zich aanpassen aan de veranderende technologische en sociale omgevingen? Bas is o.a. auteur van Personal Brand.nl en Werken Nieuwe Stijl. Hij is te bereiken op bas@vandehaterd.nl
952 views | Reageer (2 reacties) Dit bericht is geplaatst in Cijfers en feiten, Onderzoek. Bookmark de permalink.
  • Ferry

    Zowiezo, wat zegt de verhouding 25%-75%? Er is geen eerdere maatstaf en dus kan je er geen positieve of negatieve waarde aanhangen. Ik kan me goed voorstellen dat het 20 jaar geleden eerder 5%-95% zou zijn geweest, en dan is het positief ;-) Of heel wat anders…

  • Pingback: De nieuwe lichting | RecTec