Je hart en/of een goede boterham

‘Pardon?’ Ik zeg het per ongeluk hardop.

Ik knipper een paar keer met mijn ogen en kijk nog eens.

Het staat er echt. Op nu.nl: “Universiteiten en hbo-instellingen moeten verplicht worden nieuwe studenten te laten zien hoeveel van hun voorgangers daadwerkelijk een baan hebben gevonden die aansluit op hun studie en ook hoeveel geld ze met die baan verdienen.”

Dat stelde de VVD woensdag. Volgens VVD-fractievoorzitter Stef Blok beginnen studenten te vaak een studie zonder dat ze kunnen inschatten of ze er op de arbeidsmarkt goed mee terechtkunnen. “Het is natuurlijk doodzonde als je een studie hebt afgerond in de veronderstelling dat je er een goede boterham mee kunt verdienen, maar in de praktijk blijkt dat je er niet mee aan de bak komt of slecht wordt betaald” aldus de liberaal. Blok wil af van studenten die denken een waardevolle studie te volgen “terwijl de cijfers uitwijzen dat veel van hun voorgangers helaas werkloos thuis zitten”. Ik ben opgevoed met het idee dat een studie bedoeld is om er wat van op te steken. Nu blijkt dat ik verkeerd ben voorgelicht. Een studie is pas waardevol als je er een goede boterham mee verdient.

Ik staar een tijdje naar mijn beeldscherm terwijl ik denk aan de 250 bestuurders, HR-managers en directeuren (en bekende Nederlanders) die ik de afgelopen jaren interviewde over hun carrière. Er schiet me geen enkele veelverdiener te binnen die zijn studierichting koos vanwege het financiële toekomstperspectief. Waarom dan wel? Nou wil ik het weten ook, dus ik pak de carrièreboeken erbij.

Reden 1 (veruit de populairste): ze wisten nog niet wat ze wilden en gingen dus maar voor ‘iets breeds’. Willem van Duin (bestuursvoorzitter Achmea) koos om die reden voor rechten.

Reden 2 (ook populair): omdat ze er goed in waren. Thessa Menssen (COO Havenbedrijf) was goed in de bètavakken en koos dus voor werktuigbouwkunde.

Reden 3 (komt iets minder vaak voor): de opleiding had zo’n leuke open dag, met inspirerende mensen. Godfried Barnasconi (bestuurslid Kadaster) oriënteerde zich op de kunstacademie, KMA, toneelschool, school voor journalistiek, heao, maar koos uiteindelijk voor personeelsmanagement omdat de docente die de introductiedag deed zo leuk was.

Soms riepen ze, zoals Geert van Maanen (secretaris-generaal Ministerie van Verkeer en Waterstaat), de hulp in van een beroepskeuzeadviseur, die nooit, maar dan ook nooit zei: “Weet je wat jij moet doen? De studie kiezen die je het meeste geld oplevert, of de garantie op een baan.”

Vaak sloot hun studie totaal niet aan bij wat ze uiteindelijk zijn gaan doen. “Het gaat niet om wát je studeert,” zeggen ze dan achteraf, “het gaat erom dat je een bepaald denkniveau hebt, dat je je analytisch vermogen hebt ontwikkeld.” En allemaal adviseren ze jonge mensen, of dat nou studenten zijn of starters op de arbeidsmarkt, om te doen wat ze leuk vinden. Waar hun hart ligt. Want ze zijn er allemaal van overtuigd dat je daar goed in zult zijn.

Ik pak het carrière-interview met tv-presentator Eddy Zoëy erbij. Hij verwoordt het eigenlijk nog het beste: “Ik hoorde op de middelbare school mensen zeggen: ik ga dit of dat doen, want dan kun je veel geld verdienen. Maar je moet daar wel vierentwintig uur per dag mee bezig zijn! Je kunt economie gaan studeren, maar als je dat eigenlijk gortdroog en saai vindt, krijg je een kutleven.”

Deze gastblog is geschreven door Anja de Crom. Anja de Crom is schrijver, journalist en schrijfcoach. Voor ‘Werk! Hét Nederlandse carrièreboek’ interviewde ze de afgelopen tien jaar zo’n 250 topbestuurders en bekende Nederlanders over hun carrière. http://www.anjadecrom.nl


Stem of voeg toe aan:Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op Digg Deel met je LinkedIn-contacten Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner
898 views | Reageer (0 reacties) Dit bericht is geplaatst in Onderwijs. Bookmark de permalink.