Junior Masterchef, het zeilmeisje en de jeugd

Ik ben niet iemand die veel televisie kijkt en al helemaal geen fan van reality programma’s, waar ik kookprogramma’s ook onder laat vallen. Ben ook zeker geen geweldige kok (ik bak goede pannenkoeken zullen we maar zeggen), maar de laatste weken heb ik zo af en toe toch een (halve) aflevering van Junior Masterchef Australië gekeken. Wat mij vooral intrigeerde, naast het extreme talent van de deelnemers, was hun passie voor het vak. Op zo’n jonge leeftijd al.

Voor wie het niet gezien heeft of geen idee heeft waar ik het over heb: we hebben het hier over kinderen van 8 tot 14 geloof ik die kunnen koken op een niveau waar 95% van Nederland niet in de buurt kan komen. Die maakte dingen die ongelofelijk waren, deden recepten na van de topkoks waar ik al kriegel van werd als ik het resultaat zag, laat staan de bewerking.

Natuurlijk was de jury, het zijn kinderen, lakser dan gemiddeld bij zo’n programma. Natuurlijk was de opzet kindvriendelijk, maar de kwaliteit was voor zover ik het als kijken kan beoordelen fenomenaal.

Dat brengt mij bij de vertaling naar ‘het normale werken’. Er komt namelijk een steeds grotere tweedeling op de arbeidsmarkt, niet in arm en rijk, maar in jongeren die weten wat ze willen en jongeren die dat niet weten. Niet dat het per definitie verkeerd is zoekende te zijn, maar de moderne tijden geven jongeren meer kansen dan ooit om, wanneer ze hun passie gevonden hebben hier extreem goed in te worden.

Ik haal even Malcom Gladwell’s Outliers aan (zie hier recensie deel 1 en deel 2). Wat mij betreft het beste boek dat ik ooit gelezen heb over talent. Je hebt 10.000 uur oefening nodig om vakvolwassen te worden. Waarom zijn alle muzikale toppers zo vroeg begonnen? Omdat ze anders niet aan die 10.000 uur komen die je nodig hebt om top te zijn als je eenmaal begint aan het ‘volwassen leven’. Hetzelfde geldt voor bijna alle sporters. In de nieuwe wereld zie je echter dat dit voor meer en meer vakgebieden gaat gelden. Koks bijvoorbeeld dus ook. Welke zouden er nog meer bij komen?

Een ander punt van Outliers gaat over de verhoudingen tussen ‘middle class’ en ‘lower class’ en hoe die omgaan met talent. In de ‘middle class’ zie je namelijk dat ouders bij interesse van een kind ergens in (sport, muziek, koken, etc.) dit zien als een mogelijk talent en het stimuleren. De ‘lower class’ families bleek uit onderzoek zien het vaak als een ‘eigenschap’ en doen daar weinig mee. Aangezien het vroeg ontwikkelen van talenten in mijn optiek steeds belangrijker wordt zal hierdoor de tweedeling mogelijk steeds groter worden, tenzij we als maatschappij hier iets aan kunnen doen.

Terug naar Junior Masterchef en wat ik daar uit haalde voor de toekomstige arbeidsmarkt. Eén van de dingen die me opviel was dat alle ouders heel erg betrokken waren. Ze gingen ook met die kinderen naar de top restaurants om ze te laten proeven van top kwaliteit. Ze daagde ze uit en lieten ze kennismaken met de top.

Wat me ook opviel was dat de jongeren een heel duidelijk beeld hadden wat ze wilde doen. Ze wilde geen ‘kok’ worden, maar ‘moleculair gastronoom’ of ze hadden als een specialiteit in gedachten waar ze zich in de toekomst op wilde richten, zoals desserts bijvoorbeeld.

De moderne middelen geven jongeren op een steeds vroegere leeftijd de mogelijkheid om uit te blinken en zich nog verder te verdiepen. Dat zijn zowel TV shows, talentenjachten, maar ook natuurlijk de online middelen. Ik kom af en toe jongeren tegen van 16 of 18 die bezig zijn met de arbeidsmarkt op een niveau waar menig HR manager niet in de buurt komt. Bij TEDxYouth komen mijn TEDx collega’s in contact met 14 jarige app developers die iPhone applicaties bouwen waar menig IT’er niet in de buurt komt. Het kan allemaal en de platformen zijn er voor.

De vraag is dus: wat brengt ons dit? Moeten we gaan kijken naar de arbeidsrechtelijke situatie? Moeten jongeren op vroegere leeftijd meer kansen krijgen? Of moeten we ze vooral kind laten zijn en hopen dat ze dit talent vasthouden. In dit kader moet ik meteen aan het zeilmeisje Laura denken… moet je dergelijk ondernemersschap stimuleren of de kop in drukken omdat het nog te riskant is?

En welke impact gaat dit hebben op de toekomstig arbeidsmarkt. Kennen we de echte wereldtoppers al ver voordat ze op de arbeidsmarkt komen? Hoe ga je dan om met je ‘talent management’? En hoe gaan we om met die grote groep zoekende mensen, die dus pas als ze op de universiteiten zitten gaan denken wat ze willen en nog geen 1.000 uur training hebben gehad, in plaats van de 10.000 die de echte talenten hebben gehad?


Over Bas van de Haterd

Bas van de Haterd is professioneel bemoeial. Hij helpt organisaties klaar te stomen voor de veranderende wereld van werk, met robots, 3D printers en zelfrijdende auto's. Hij heeft hierover o.a. de boeken (R)evolutie van Werk en '10 Banen die verdwijnen & 10 Banen die verschijnen' geschreven. Hij is te bereiken op bas@vandehaterd.nl
3.041 views | Reageer (3 reacties) Dit bericht is geplaatst in Toekomst visie. Bookmark de permalink.
  • Interessant, ik zat me juist te verwonderen over het omgekeerde bij mezelf. Ik was als kind een kunstmeisje: toneelspelen, ballet, muziekmaken… Ik kon ook goed bakken en was goed in school. Mijn ouders hebben mij altijd voorgehouden dat ik alle opties open moest houden, dat ik met al mijn talenten nog alle kanten op kon. En ik realiseer me dat ik dat nog steeds doe. Ik durf geen niche voor mezelf te kiezen uit angst dat dat een beperking van al mijn talenten is. En ookal ben ik 40, ik weet nog steeds niet wat ik wil worden als ik groot ben.
    En ik neem het mijn ouders niet kwalijk: is kunst verstandig om op te gokken? Is het slim om op je twaalfde naar de LTS te gaan omdat je bakker wilt worden, terwijl je met twee vingers in je neus het gymnasium kunt doen? Mijn moeder heeft zich van dat laatste afgevraagd of dat van hun een verstandige keus was, of ze me niet toch naar de LTS had moeten laten gaan.
    Eigenlijk is het zijn van ouder de moeilijkste job die iemand volgens mij in zijn leven op zich kan nemen.

    • @twitter-13178802:disqus  er is natuurlijk een verschil tussen succesvol en gelukkig. De belangrijkste vraag blijft altijd: ben je gelukkig? Zo ja, dan is het de juiste keuze geweest. Zo nee, dan weet ik het niet.
      Gokken op één paard? Tja, het ligt eraan wat je gokken noemt. LTS? Nee, de top doet nooit LTS. Je kan echter ook het gymnasium doen en toch je focussen op ‘kok’ zijn met een ‘bakkerij’ of ‘dessert’ specialiteit. Daarna de hogere hotelschool, rode pannen of zoiets (het is niet echt mijn sector, maar je begrijpt wat ik bedoel denk ik).

      Er zijn veel mensen met een groot talent, of eigenlijk vaak een grote passie en die gaat nagenoeg altijd gepaard met talent (je bent goed in wat je leuk vind en je vind leuk waar je goed in bent, vaak, niet altijd). Dat kan (en word) nu steeds meer zichtbaar en gestimuleerd. Die mensen hebben straks wel een voorsprong op de arbeidsmarkt. 

      Echter, ik merk ook dat er een gigantisch behoefte is aan mensen met ‘gecombineerde talenten’. Ik richt als één van de enige echte online marketeers op de arbeidsmarkt. Die combinatie is redelijk uniek en maakt mij, terwijl ik geen specialist ben op online marketing en ook niet Nederlands beste recruiter of HR manager, wel heel waardevol. Dus meerdere opties open houden kan zijn waarde hebben, mits je dan weer heel goed bent in die combinatie. Wederom, ik praat nu over zakelijk succes, dat is niet per definitie gelijk aan geluk.

  • Pingback: Te vroeg of te laat kiezen? | HNWB - Het Normale Werken()