Nee, ik heb het niet over het voetbal, waar we elkaar niet zoveel ontlopen. Ik wil het hebben over de verschillen tussen Nederland Nederland en Spanje op de arbeidsmarkt. Verschillen die nog vele, vele jaren, generaties mogelijk zelfs, zullen doorwegen.
Nederland kent een werkloosheid van rond de 5%, Spanje van boven de 20% en een jeugdwerkloosheid van 49%. De helft van alle jongeren is daar dus werkloos!
Op mijn lezingen over de toekomst van de arbeidsmarkt spreek ik vaak over de impact die de huidige crisis heeft op de arbeidsmarkt. We hebben namelijk in Nederland nog steeds zo weinig werkloosheid dat men zich over het algemeen geen zorgen maakt. Vooral jongeren zeggen nog steeds rustig hun baan op zonder een nieuwe te hebben omdat het wel goed komt. Jongeren volgen hun droom en zoeken de plek waar ze het meest waardevol zijn.

In Spanje is de helft van alle jongeren werkloos. Er is geen werk, heel eenvoudig. Er staan tentenkampen in Madrid om te protesteren tegen de overheid die er niets aan doen. Ze hebben toch niets te doen. Solliciteren kan niet, er is geen werk.
Ook is de manier waarop men om gaat met personeel dus ‘ver terug in de tijd geworpen’. Recent hoorde ik het verhaal van een Nederlander in Madrid. “Ja, we hadden je opslag beloofd, maar die krijg je niet. Niet mee eens? Dan stap je toch op?”
Deze verschillende situaties zullen nog generaties een impact hebben, dat bewijst de geschiedenis ons. De generaties 40+ in Nederland (X en Baby boom) hebben namelijk ook zware recessies gezien, met werkloosheidpercentages boven de 10%. Die zijn daardoor veel angstiger geworden voor het verliezen van hun baan. Die stappen niet zomaar op voor ze iets hebben. Die zijn blij dat ze werk hebben en dat hoeft niet per sé heel leuk te zijn. Die werken omdat het moet, niet omdat het leuk is en de vraag of ze hun talenten optimaal inzetten komt zelden ter sprake. Ja, ik generaliseer nu, maar voor een groot deel is dat een feit.
De nieuwe generaties (Y) die nu de arbeidsmarkt op komt heeft nog nooit echte werkloosheid meegemaakt. 6,1% was het hoogste waar we gepiekt hebben in deze crisis. Tussen de 5% en 6% hebben we in ons land een ‘evenwichtige arbeidsmarkt’. Geen echte werkloosheid meegemaakt dus, maar wel een crisis. Die staan heel anders in het leven. Die zeggen hun baan op en streven hun dromen na. Die willen waarde toevoegen en hun talenten optimaal benutten.
In Spanje is dat niet zo. Ook deze generatie in Spanje heeft de angst van werkloos zijn en een hopeloze situatie gekend. Dat nemen ze hun hele leven mee. De crisis in Spanje zal dus een grote impact hebben ook op de economische ontwikkeling van het land de komende 10 tot 20 jaar, omdat organisaties en mensen veel beter functioneren als er een evenwichtige balans is tussen werkgever en werknemer, niet een machtsbalans één kant op. Die macht, ingegeven door de nu gecreëerde angst, zal in Spanje nog jaren bij de werkgevers liggen.
De vergrijzing is in beide landen vergelijkbaar. In Nederland zal dit een enorme impact hebben, ook op de productiviteit. We kunnen veel efficiënter werken en dat zullen we ook doen, de kern is dat iedereen vooral zijn talenten gebruikt en niet laat vergaan omdat ze blij zijn een baan te hebben. In Spanje is het de vraag hoe men de vergrijzing gaat opvangen. Angst is zelden een goede raadgever.





Abonneer op updates