Toekomst van stadcentra

De afgelopen maanden ben ik steeds vaker terecht gekomen in discussies over ‘het nieuwe werken’ in de breedste zin van het woord en de toekomst van verschillende elementen, waaronder stadscentra. Eén van de toekomstige ontwikkelingen die een enorme impact gaat hebben op de manier waarop we bijvoorbeeld produceren en consumeren is de 3D printer. Dit zal onder andere tot gevolg hebben dat we heel veel gebruiksartikelen straks zelf maken in plaats van kopen en dat heeft natuurlijk een gigantisch impact op onder andere de stadscentra. Echter, de huidige internetaankopen hebben dat ook al.

De vraag is dus: wat blijft er over van de huidige stadscentra?

Ik moet zeggen dat ik het lastig vind om hier een concreet antwoord op te geven. Ik geloof zelf namelijk dat we altijd een bepaalde drang hebben om toch bij elkaar te komen en bepaalde zaken te ervaren. Eén van de problemen is vaak dat de online winkels in veel gevallen een betere ervaring bieden dan de offline winkels. De kwaliteit van het winkelpersoneel is in de meeste gevallen dramatisch, zowel in inhoudelijke kennis als servicegerichtheid. De prijzenoorlog, mede ontketend door de online verkopen, heeft bij veel winkels tot gevolg gehad dat men is gaan snijden in de kosten en daarmee de kwaliteit, in plaats van het bieden van een betere ervaring.

Wat mij opvalt is dat in veel landen de stadscentra al hele andere bestemmingen hebben als in Nederland. Laat ik twee landen nemen waar ik persoonlijk het vaakst kom en het beste uit eerste hand kan spreken, ik verwacht dat er nog veel meer van dergelijke voorbeelden zijn die ik graag ook hoor. Ik kijk nu even naar Frankrijk en Polen.

In Frankrijk bestaan al heel lang de zogenaamde ‘centre commercial’, de grote winkelcentra net buiten de stad waarin winkels met vaak een hypermarkt gecombineerd worden. Polen heeft hierin een voorbeeld aan Frankrijk genomen en ook daar worden de grote malls uit de grond gestampt in elk stadje, terwijl het centrum vaak maar een hele beperkte hoeveelheid winkels heeft. Dit is overigens één van de redenen dat de Nederlandse overheid altijd de hypermarkten heeft tegengehouden en waarschijnlijk één van de redenen dat e-commerce in Nederland zoveel verder is dan in b.v. Frankrijk en Polen.

Wat zie je dan wel in de Franse en Poolse stadscentra? Onder andere een groot stuk historie. Tijdens mijn internetloze werkvakantie viel het me bijvoorbeeld op in Beaune, geen grote stad, maar een relatief klein centrum. In Beaune draait het vooral om de historie, de musea, alles rondom toerisme en cultuur. Daarnaast heeft men een aantal winkels, maar ik ben er nauwelijks een grote winkelketen tegengekomen. Allemaal kleine boetiekjes en héél veel streekproducten, die tegen hele hoge marges werden verkocht. Dus klein, intiem, met hoge marges. Is dat niet eigenlijk ook waar ik dan iedereen in Nederland over hoor klagen? Dat er enkel nog grote ketens zitten en je niet meer weet of je in Utrecht, Arnhem of Breda bent aangezien alle winkels toch hetzelfde zijn?

In Polen zie je nu een vergelijkbare trend, hoewel minder intens. Daar waren de stadscentra van nature al niet groot, men had namelijk weinig te besteden in de communistische tijd. Daarna zijn de centra zelf eigenlijk nooit aangepast, maar zijn er grote winkelcentra rondom de stad, soms relatief dicht bij het centrum, neergezet. De centra zelf zijn vooral horeca en aparte winkels en soms een permanente markt. Daar waar een stad een historie heeft wordt dat nu ook opgeknapt, zoals in Krakow, daar waar een stad niets te vertellen heeft is het dus inderdaad redelijk dood, zoals b.v. Katowice. Is dat erg? Je moet iets beter zoeken waar het te doen is, want in Katowice heb ik een winkelcentrum gevonden waar menig stadscentrum van een stad met 350.000 inwoners een puntje aan kan zuigen.

Waar gaat het heen met de Nederlandse stadscentra? Dat is de grote vraag. Zoals Ronald van den Hoff in Society 3.0 al pijnlijk duidelijk aangeeft is de visie bij de overheid en bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel geheel ontbrekend op dit gebied. De hospitality en het toerisme is geen kerngebied waar men in wil investeren (in tegenstelling tot ten dode opgeschreven sectoren als logistiek of zelfs industrie) en dus is het twijfelachtig of de centrale functie die stadscentra zouden moeten vervullen blijft bestaan. Immers, rondom de hospitality, of het nu musea of bijeenkomsten zijn, oude historische gebouwen of gewoon goede gastronomie, zal het stadscentrum moeten blijven bestaan. Daaromheen kunnen nieuwe concepten ontstaan, zoals de combinatie van winkel/horeca/theater, welke nu vaak door een ridicuul vergunningenstelsel worden tegengehouden. Ook zou het goed zijn als er meer ‘local for local with local’ gaat ontstaan. Lokale producten gemaakt met behulp van de lokale gemeenschap, waarbij ook de ingrediënten bijvoorbeeld lokaal ingekocht worden. Zoals de Bossche bollen van Jan de Groot in Den Bosch onmiskenbaar zijn, zo weinig mensen kennen de Dommetjes in Utrecht of de Amandel hoefijzers in Nijmegen of de Ossenaren in Oss. Deze producten zouden bekender moeten worden, maar deels ook de stad moeten ontstijgen naar de regio. In Beaune heeft men het over de Bourgondische producten, de Bourgondische wijnen, maar ook de Bourgondische spijzen. Niet enkel van de 4 chateaus die de naam Beane in zich dragen, maar de hele streek wordt erbij getrokken. Allemaal tegen een behoorlijke premium, want een fles van een lokaal chateau is gewoon duurder dan in Nederland (schijnt overigens ook met exportsubsidies te maken te hebben).

De toekomst van de stadscentra? We zullen er ernstig over moeten nadenken. Eén ding is zeker, veel van de winkels die er nu zijn zullen er over 10 tot 15 jaar niet meer zijn, die verkopen namelijk generieke producten en die printen we straks zelf met de 3D printer. De winkels die er nog wel zijn moeten niet op prijs, maar op ervaring concurreren, liefst met exclusieve of unieke producten. Daarnaast zouden we er goed aan doen naar andere landen te kijken waar men jaren geleden al te maken had met een leegloop van de stadscentra, zoals bijvoorbeeld Frankrijk.


Over Bas van de Haterd

Bas van de Haterd is professioneel bemoeial. Hij helpt organisaties klaar te stomen voor de veranderende wereld van werk, met robots, 3D printers en zelfrijdende auto's. Hij heeft hierover o.a. de boeken (R)evolutie van Werk en '10 Banen die verdwijnen & 10 Banen die verschijnen' geschreven. Hij is te bereiken op bas@vandehaterd.nl
3.338 views | Reageer (1 reacties) Dit bericht is geplaatst in Toekomst visie. Bookmark de permalink.